Pensioenen

In de Pensioenwet wordt beschreven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot pensioen. Deze wet vervangt zijn sinds 2007 Pensioen- en spaarfondsenwet.

De Pensioen- en spaarfondsenwet uit 1954 was al vaak aangepast vanwege veranderingen in de maatschappij, zoals meer arbeidsmobiliteit en het feit dat er steeds meer tweeverdieners kwamen. In de nieuwe Pensioenwet (Pw) bleven de principes echter onveranderd: pensioen bleef een secundaire arbeidsvoorwaarde waarvoor werkgever en werknemers verantwoordelijk bleven. Een pensioenregeling is niet verplicht, behalve als die in een CAO is vastgelegd. Als er een pensioenovereenkomst wordt afgesloten, dan staan in de Pw de voorwaarden waaraan die pensioenafspraken moeten voldoen. Een belangrijke voorwaarde is dat de pensioenovereenkomst moet worden ondergebracht bij een erkend pensioenfonds of een erkende pensioenverzekeraar.

Het zogenoemde pensioengebouw is verdeeld over drie pijlers.
De eerste bestaat uit sociale zekerheidsregelingen vanuit de overheid: AOW en Anw. Deze wetten vormen de basispensioenvoorzieningen voor alle inwoners van Nederland. Het verschil met de tweede en derde pijler is dat de AOW en Anw een collectief en wettelijk karakter hebben. De AOW wordt op omslagbasis gefinancierd. Dat wil zeggen dat iedereen die in Nederland loonbelasting of belasting op winst betaalt en die jonger is dan 65 jaar, AOW-premie betaalt. Deze premie wordt meteen gebruikt voor het betalen van de AOW- uitkering aan AOW-gerechtigden van 65 jaar en ouder. De AOW is een opbouwverzekering waarvoor iedereen die in Nederland woont tussen het 15e en 65e levensjaar verplicht is verzekerd. Ook mensen die niet in Nederland wonen, maar hier wel werken en loonbelasting betalen zijn verzekerd

De tweede pijler bestaat uit verschillende pensioenregelingen. Deze houden verband met een arbeidsverhouding. In totaal zijn er vier typen pensioenregelingen: eindloon-, middelloon-, beschikbarepremie- en combinatieregelingen. Over het algemeen betalen werkgever en werknemer ieder een deel van de pensioenpremie. Deze pensioenen worden ondergebracht bij pensioenfondsen of verzekeringsmaatschappijen.

De derde pijler bestaat uit individuele aanvullende verzekeringen. Deze houden geen verband met een arbeidsverhouding en de premie wordt daarom door de verzekerde zelf betaald. Vaak is deze fiscaal aftrekbaar..

Comments are closed.